Verbinding forensische zorg met reguliere GGZ

Waar gaan de projecten over?
De forensische zorg aan ex-delinquenten stopt wanneer de straf erop zit en daarmee de justitiële titel afloopt. Vrijwel altijd is dan nog steeds zorg nodig. De vervolgzorg komt niet vanzelfsprekend tot stand. En als dat wel het geval is, is de overgang voor de patiënt naar de reguliere zorg vaak erg groot. Dit komt niet ten goede aan de effectiviteit van de behandeling.
Via regionale pilots wordt gewerkt aan de landelijk invoering van de Ketenveldnorm levensloopfunctie en beveiligde intensieve zorg. Deze veldnorm is bedoeld voor een groep van 1500 personen die na het uitzitten van de straf forensische behandeling en -begeleiding nodig hebben, omdat zij een gevaar kunnen vormen voor hun omgeving als gevolg van een psychische stoornis, verslaving al dan niet in combinatie met een verstandelijke beperking.
De Koers- en kansenprojecten binnen dit thema richten zich op de groep ex-delinquenten die niet onder deze noemer (zullen) vallen. De projecten gaan over het goed laten aansluiten van de reguliere (specialistische) GGZ en de forensische zorg en het stimuleren van beide sectoren om een gedeeld perspectief te vinden voor wat nodig is voor delinquent en maatschappij. Daarbij wordt gezocht naar oplossingen die de verschillen overbruggen in juridische titel tussen een gedetineerde en ex-gedetineerde en de verschillen in financiering, behandeldoelen, risicotaxatie en aanpak tussen beide domeinen. Want deze verschillen belemmeren een effectieve aansluiting over en weer tussen beide zorg-sectoren.

De veronderstelling
De aanname is dat een betere aansluiting tussen de forensische zorg en de reguliere (specialistische) GGZ de kans op recidive verkleint en bijdraagt aan een veiligere samenleving.

De leervragen
Via de projecten in dit thema werken we aan de volgende vragen:

  • Welke interventies kunnen bijdragen aan een tijdige signalering en een adequate strafbepaling en bejegening van een verdachte of (ex-)gedetineerde met een licht verstandelijke beperking zodat de kans op recidive wordt verlaagd?
  • Hoe wordt de problematiek van de persoon leidend bij het organiseren van aansluitende zorg tijdens en na de juridische titel?