Het Vonnisvoorstel en versnelde rechterlijke beslissingen (Den Bosch/regio Oost-Brabant)

Waar gaat het project over?

Richard B. heeft een strafblad met winkeldiefstallen, een autokraak en een bedreiging. Hij leeft van een minimumuitkering, kan daar niet van rondkomen en is verslaafd aan alcohol. Door zijn situatie komt hij steeds in de problemen, wordt agressief als hij drinkt en dreigt door schulden zijn woning te verliezen. Dan wordt hij opnieuw aangehouden voor een winkeldiefstal, waarbij hij een winkelmedewerker heeft bedreigd. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een aantal weken hangt hem opnieuw boven zijn hoofd. Een weinig effectieve interventie, maar wat dan?

Het project Vonnisvoorstel gaat over een nieuwe aanpak in situaties als die van Richard B. Van deze aanpak wordt meer effect verwacht dan van de bestaande aanpak. De nieuwe aanpak richt zich op verdachten met multi-problematiek die een relatief licht delict hebben gepleegd. Zonder het vergeldende karakter van een sanctie uit het oog te verliezen, krijgen zij zorg en voorwaarden op maat. Door meer maatwerk, een actieve inbreng van de verdachte zelf en een flexibelere manier van sanctie-uitvoering kan recidive worden voorkomen.

Wat is het probleem?  
Opgelegde sancties blijken in de huidige praktijk lang niet altijd effectief te zijn omdat het lastig is om op verschillende momenten tijdens de uitvoering van de sanctie op- en af te schalen. Ook al weet je dat zo’n snelle verandering in aanpak juist het best zou passen bij wat de verdachte en de samenleving nodig hebben.
Worden voorwaarden/afspraken bijvoorbeeld niet nageleefd dan kan het lang duren voordat die worden aangepast of, als gevolg van het niet naleven, de straf wordt uitgevoerd. Dit betekent vaak dat er in de tussentijd geen toezicht en/of zorg is voor de verdachte. Het gedrag van de verdachte zal in deze periode niet ten positieve veranderen. Er bestaat zelfs een risico dat het verergert. Daarmee stijgt de kans op recidive en zelfs op het plegen van een zwaarder delict.
Daarnaast heeft onderzoek aangetoond dat korte onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen niet effectief zijn voor positieve gedragsbeïnvloeding.

Wat is de aanpak?
In de kern komt de nieuwe aanpak erop neer dat vóór de rechtszitting de officier van justitie samen met de reclassering, de verdachte en zijn of haar advocaat, een plan maakt over de vereiste hulpverlening en gewenste afdoening van de strafzaak. De regie ligt bij de officier van justitie. Er wordt toegewerkt naar consensus. Is die er, dan wordt de afspraak neergelegd in een voorstel aan de rechter: het vonnisvoorstel.
Voorwaarde voor het kunnen maken van zo’n plan is dat de verdachte het strafbaar feit toegeeft en dat alle stappen in de procedure instemming hebben van de advocaat. De partners bekijken samen wat nodig en direct uitvoerbaar is om de problemen van de verdachte/veroordeelde aan te pakken. Bij de behandeling op zitting door de politierechter zal het accent liggen op het vonnisvoorstel en de op te leggen bijzondere voorwaarden.  Als de voorwaarden worden overtreden, dan passen OM en de reclassering zo mogelijk de voorwaarden aan. Het idee is dat ze dan met het aangepaste voorstel bij dezelfde rechter terugkomen voor een nieuwe aanpak op maat. De ernst van de overtreden voorwaarde heeft natuurlijk invloed op hoe de nieuwe aanpak eruit ziet. Het kan een tenuitvoerlegging betekenen van de voorwaardelijke straf.
Het vonnisvoorstel zorgt voor een snelle afdoening van de zaak, de afgesproken op maat gesneden voorwaarden kunnen sneller worden geëffectueerd en er kan sneller en doelmatiger gehandeld worden als de voorwaarden worden overtreden.
De nieuwe aanpak is bedoeld voor volwassen verdachten bij wie multi-problematiek speelt. Het moet gaan over relatief lichte delicten. De verdachte moet hebben bekend en daarnaast het voorstel en de daaraan verbonden consequenties  kunnen overzien.

Met welke resultaten ben je tevreden?

  • Duidelijke en uitvoerbare voorwaarden: als uitkomst van een goed gefaciliteerd samenwerkingsproces van partners komen tot heldere voorwaarden die goed uitvoerbaar zijn;
  • Een gezamenlijk voorstel: het voorstel komt tot stand op initiatief en onder regie van de officier van justitie en in samenwerking met alle betrokken partners (GGZ, politie, 3RO, NIFP, CJIB), de verdachte en zijn/haar advocaat. Dit schriftelijk  vonnisvoorstel wordt aan de rechter voorgelegd;
  • Snel kunnen ingrijpen: liefst bij de politie al kunnen starten met het selecteren van verdachten voor wie het vonnisvoorstel bedoeld is en direct kunnen ingrijpen als afspraken/voorwaarden niet worden nagekomen.

Meer weten?
Neem contact op met Christel Poelmans, projectleider, c.poelmans@om.nl.