Veranderlijnen

Koers en kansen staat voor een aanpak op basis van drie ‘veranderlijnen’.  Ze zijn het resultaat van een uitgebreid proces van informatieverzameling uit de praktijk en de wetenschap. Deze drie veranderlijnen zijn Veilig dichtbij, Levensloop centraal en Vakmanschap voorop. Ze vormen de basis voor een effectieve en toekomstbestendige sanctie-uitvoering.

Veranderlijn 1: Veilig dichtbij

Op welke manier kan de sanctie-uitvoering een betere aansluiting vinden op het sociaal domein en het lokale veiligheidsbeleid? En leidt dit tot meer flexibiliteit en een grotere effectiviteit? In diverse projecten staat de samenwerking tussen sanctie-uitvoering en gemeenten centraal omdat we verwachten dat sancties door een effectievere samenwerking leiden tot minder overlast en recidive. Het vergroten van participatie op de arbeidsmarkt, efficiëntere zorg bij multiproblematiek en een meer geleidelijke overgang tussen straf en zorg zijn evengoed verwachte opbrengsten.

“In Amsterdam zien we een groep personen die vaak in detentie zit en zowel daarbinnen als buiten veel gebruik maakt van zorg. De overgangen tussen zorg- en strafkader veroorzaken vaak discontinuïteit van zorg. Juist voor personen met complexe problematiek vergroot dit het risico op recidive: het opbouwen van effectieve behandelrelaties kost bij hen veel tijd (onder andere omdat ze liever helemaal geen hulp willen) en iedere onderbreking doet dan ook een hoop investeringen teniet. Bij deze groep zien we dat op een gegeven moment een negatieve spiraal ontstaat, met negatieve gevolgen voor de veiligheid in de stad. Dit willen we tegen gaan, met een innovatieve vorm van detentie.” Uit projectvoorstel PIBW (gemeente Amsterdam)

  • Het project Community Court werkt aan de oprichting van een wijkrechtbank. Hier zal een rechter lokaal (in de wijk) zich buigen over strafzaken. Hij kijkt daarbij veel verder dan het delict. Vaak spelen allerlei andere problemen een rol: schulden, kinderen met opgroeiproblemen, het ontbreken van nuttige dagbesteding. Als rechters integraal naar de situatie kunnen kijken wordt, zo is de verwachting, de sanctie effectiever. De rechter kan de verdachte bovendien blijven volgen, waardoor er zicht ontstaat op de effecten van een interventie en de mogelijkheid bestaat om bij te sturen. Er is in dit project meer oog voor de buurt; zij worden waar mogelijk betrokken bij het vinden van oplossingen. Bijzonder aan het project is ook de samenwerking tussen rechtspraak, buurtbewoners, lokale overheid en lokale veiligheidspartners.
  • Een sterke lokale verbinding staat ook centraal in het project proeftuin Ruwaard waar onderzocht wordt of wijkteams een rol kunnen spelen bij beslissingen over minderjarige en volwassen verdachten. In deze wijk in Oss geldt een aanpak voor een betere gezondheid en een betere leefomgeving, o.a. door flexibele financieringsoplossingen en door wijkbewoners te ondersteunen in wat zij zelf willen en kunnen organiseren. Per wijkbewoner kan een plan op maat worden gemaakt. Het project kijkt of de wijkteams een rol kunnen spelen bij advisering aan de officier van justitie zodat de lokale inspanningen mogelijk gecontinueerd kunnen worden en eventueel gekoppeld aan justitiële interventies.
  • Vier projecten - PIBW, Kleinschalige voorziening Rotterdam, Huis van Herstel Almelo, Kleinschalige Voorziening Middelburg - onderzoeken het principe ‘veilig dichtbij’ voor het vormgeven van lokale detentie. Door samen met alle betrokken partners na te denken over effectieve vrijheidsbeneming, ontstaan projecten voor kleinschalige voorzieningen waar gedetineerden uit die specifieke regio verblijven en waar intensieve samenwerking rond re-integratie mogelijk is. Aansluiting op passende zorg of begeleiding en huisvesting zijn twee van de belangrijkste doelstellingen in deze projecten. De praktijk ziet namelijk dat het moeilijk is om dit goed te organiseren, maar wel noodzakelijk om recidive en overlast na terugkeer in de samenleving te voorkomen. De projecten leggen het accent op vraagstukken in de betreffende regio of stad. Zo richt Almelo zich op gedetineerden met een complexe zorgvraag en passen ze een herstelgerichte methodiek toe. In Rotterdam ligt de focus op personen in preventieve hechtenis en het voorkomen van detentieschade.

Veranderlijn 2: Levensloop centraal

Hoe kan een sanctie, ondanks de beperkte intensiteit of duur, bijdragen aan veiligheid op lange termijn? Is het mogelijk om te organiseren dat positieve elementen uit het leven voortgezet kunnen worden, of – indien die ontbreken – tijdens de sanctie te organiseren en ook daarna te behouden? Met projecten willen we onderzoeken of er manieren zijn om op een effectieve wijze aan te sluiten bij het leven (en daarbij behorende life events) van daders en verdachten. Hierbij hoort ook rekening houden met de mate waarin zijn of haar gedrag te veranderen is. Door meer continuïteit te organiseren en te werken aan duurzame oplossingen op maat, verwachten we dat de kans op recidive afneemt.

  • Enkele projecten - O.a. resocialisatie LVB (Exodus/Philadelphia), levensloopcoach Veiligheidshuis Rotterdam - besteden nadrukkelijk aandacht aan het gegeven dat mensen die functioneren op het niveau van een licht verstandelijke beperking (LVB) oververtegenwoordigd zijn in het justitiedomein. Deze mensen, maar lang niet allemaal, kunnen langdurige vormen van ondersteuning nodig hebben. Als die ondersteuning vanwege de sanctie wegvalt en het niet lukt om (tijdig) nieuwe voorzieningen te treffen, neemt het maatschappelijk risico op nieuwe delicten toe. De projecten die zich richten op daders met een LVB, ontwikkelen en toetsen verschillende aanpakken voor continuïteit in zorg en huisvesting.
  • Een andere doelgroep waar maatschappelijk winst te behalen is, betreft personen die (zeer) kort in detentie verblijven. Korte vrijheidsontneming is effectief in termen van vergelding of vanwege het onderzoeksbelang (preventieve hechtenis), maar creëert ook schadelijke breuken. Zo neemt het recidiverisico toe als gevolg van oplopende schulden, het wegvallen van werk of onderdak of het niet kunnen afronden van een opleiding of behandeling. Verschillende projecten proberen hier slimme oplossingen voor te organiseren, bijvoorbeeld door veroordeelden zelf een plan te laten ontwikkelen (3NOORD) voordat zij in detentie komen of door intensieve samenwerking te organiseren tussen gemeente, reclassering en penitentiaire inrichting (Tactus en Re-integratieofficier Arnhem).
  • Het naar voren halen en intensiever samenwerken is ook de kern van een project (Omgevingsadvies Jeugd - Sittard, Geleen) dat zich richt op jeugdige verdachten. Hier leveren alle voor het gezin relevante professionals en/of andere steunbronnen input voor een zogenaamd “omgevingsadvies” aan de officier van justitie. Op deze manier kunnen informatie en zienswijzen van bijvoorbeeld zorgverleners, slachtofferinstanties, de regisseur van de gemeente, de jongere en zijn ouders, de voetbaltrainer of mentor van school betrokken worden bij de afdoeningsbeslissing. Het omgevingsadvies biedt zo kansen om een meer betekenisvolle oplossing te vinden, zo mogelijk buiten het strafrecht.
  • Een effectieve sanctie-uitvoering kijkt vanuit de levensloopbenadering niet alleen naar daders, maar ook naar hun omgeving. Een sanctie heeft immers ook impact op partners, kinderen en andere familieleden. De aanname is dat zij ondersteuning nodig hebben om na de sanctie een positieve invloed op de ex-gedetineerde te kunnen blijven uitoefenen, en daarmee recidive te voorkomen. Eén project (Krachtig Thuis - Exodus) zet daarom vrijwilligers in om ‘achterblijvers’ te ondersteunen en onderzoekt de werking van een steunend, sociaal netwerk.

Veranderlijn 3: Vakmanschap voorop

Wat betekent ‘levensloop centraal’ en ‘veilig dichtbij’ voor de manier waarop professionals georganiseerd en aangestuurd worden? Hoe kunnen professionals uit verschillende domeinen samen aan individuele oplossingen werken? Eigenlijk komen deze vragen in alle projecten aan bod. Het zijn immers de professionals die uiteindelijk het verschil (moeten) maken. Een aantal projecten richt zich specifiek op het versterken van professionaliteit en samenwerking.

  • Het project “Onbekend maakt Onbemind” zet in op kennisoverdracht tussen de reguliere (specialistische) en de forensische geestelijke gezondheidszorg. Dit is nodig omdat patiënten voorafgaand aan een zorgmaatregel soms in de reguliere zorg werden behandeld en vaak na afloop van de justitiële titel daar weer terugkomen. Het project heeft voor ogen om de overgang beter te organiseren en elkaars expertise waar nodig in te zetten. Op deze manier verbetert de behandeling van daders met een (complex) zorgprofiel.

Een gezin met drie inwonende kinderen van 22, 14 en 8 jaar komt wegens aanhoudende ernstige woonoverlast en criminaliteit in de lokale PGA van gemeente X. De problematiek in dit gezin is divers en fors: ouders hebben beiden een strafblad met gewelds- en vermogensdelicten, zij hebben stevige schulden, moeder heeft psychische – en verslavingsproblemen en twee van de drie inwonende kinderen plegen delicten. Verschillende organisaties zijn bij dit gezin betrokken, te weten: afdeling werk & inkomen van de gemeente, politie, jeugdzorg, leerplicht, woningcorporatie, Raad voor de Kinderbescherming, verslavingszorg, reclasseringsorganisatie en bewindvoerder.

Daarnaast wordt het wijkteam, school, jongerenwerk en de penitentiaire inrichting soms ook betrokken. Anderhalf jaar na de eerste bespreking van dit complexe multiproblemgezin in het lokale PGA-overleg zijn er kleine, tijdelijke successen geweest, maar minstens zoveel terugvallen. Het proces verloopt soms moeizaam en verschillende ketenpartners maken zich zorgen. Interventies op verschillende leefgebieden vanuit verschillende ketenpartners worden soms onvoldoende krachtig doorgezet, afgestemd of getimed. Niet alle professionals van ketenpartners zitten er even zeer bovenop. Ook zijn er verschillen van inzicht tussen zorg- en veiligheidspartners.

Dit project is gericht op het effectiever maken van de samenwerking. Er doen 39 gemeenten in Midden-Nederland (Flevoland, Gooi en Vechtstreek en Utrecht) mee en hun ketenpartners, te weten: diverse gemeentelijke afdelingen, wijk- en buurtteams, GGZ-organisaties, woningcorporaties, gecertificeerde instellingen, organisaties voor welzijn, bescherming en opvang (sociaal domein) en politie, OM, Raad voor de kinderbescherming en reclassering (veiligheidsdomein).

Uit: projectvoorstel PGA Leren en Faciliteren (Veiligheidscoalitie Midden-Nederland en Hogeschool Utrecht)

  • Een ander project (Exodus/Philadelphia) bevordert kennis over LVB binnen de sanctie-uitvoering door expertise vanuit de forensische en de VG-sector te bundelen. De betrokken organisaties bundelen kennis en kunde en ontwikkelen samen een resocialisatieaanpak voor jongvolwassen ex-gedetineerden met een LVB. Omdat deze groep relatief vaak recidiveert en de problematiek vaak blijvend is, is het voor de maatschappelijke veiligheid belangrijk dat zij passende en waar nodig langdurige begeleiding ontvangen.
  • Het versterken van samenwerking en professionaliteit is ook de kern van een project (PGA leren en faciliteren - Midden Nederland) in veiligheidsregio Midden-Nederland. Hier wordt sinds enkele jaren – met succes - de persoonsgerichte aanpak ingezet om criminele carrières te doorbreken. In het project zetten de betrokken partners in op een betere kwaliteit, o.a. door het ontwikkelen van een eenduidige werkwijze voor het monitoren van de persoonsgerichte aanpak. Door te monitoren krijgen de professionals meer inzicht in de effectiviteit van de aanpak, waardoor een lerende organisatie ontstaat.