Overkoepelend onderzoek

Op initiatief van het programma vinden projectoverstijgende, overkoepelende onderzoeken plaats. De Koersbewakers adviseren het programmateam hierbij. De bevindingen uit deze overkoepelende onderzoeken vormen samen met de uitkomsten uit projecten en de resultaten uit relevante overige onderzoeken de basis voor de inzichten en antwoorden waarmee de sanctie-uitvoering verbeterd kan worden.

Zeven doelen
Met overkoepelend onderzoek wil het programma:

  • knelpunten en barrières in de uitvoering of onvoorziene (neven)effecten van projecten zo snel mogelijk kunnen traceren om waar mogelijk een project meteen bij te kunnen sturen en te verbeteren;
  • uit (clusters van) projecten de werkzame bestanddelen ophalen die verband houden met het verminderen van recidive en/of het vergroten van de leer- en aanpassingsvermogen van de sanctie-uitvoering;
  • soortgelijke projecten binnen het projectenlab onderling kunnen vergelijken: kunnen conclusies getrokken of de ene aanpak beter werkt dan de andere? Welke elementen uit de experimenten dragen En wat is de meerwaarde ten opzichte van gangbare praktijk?
  • successen en mislukkingen kunnen verklaren. In hoeverre speelt de lokale context daarbij een rol? Welke specifieke eisen stelt een succesvolle innovatie aan randvoorwaarden als financiering, besturing, regie, verdeling van taken en verantwoordelijkheden?
  • inzicht krijgen in maatschappelijke kosten en baten: wat levert het de samenleving op als een nieuwe manier van werken blijvend en/of op grotere schaal ingevoerd wordt?
  • goed onderbouwde besluiten kunnen nemen over welke elementen opschaling en borging verdienen;
  • inzicht krijgen in de effectiviteit van (domein-overstijgende) ketensamenwerking, het (beter) organiseren van maatwerk en het leer- en aanpassingsvermogen van de sanctie-uitvoering.

De onderzoeken
Om antwoord te krijgen op deze vragen heeft het programma de volgende onderzoeken in gang gezet:

  • De plan- en procesevaluatie ‘Lokale flexibele detentievoorzieningen’
    De evaluatie richt zich op vijf Koers en kansen-projecten, te weten Huis van Herstel in Almelo, de kleinschalige voorziening in Middelburg, de kleinschalige voorziening Rotterdam in Hoogvliet, de kleinschalige voorziening De Compagnie in Krimpen a/d IJssel en de kleinschalige voorziening in Amsterdam (PIBW).
    Het doel van het onderzoek is: inzicht in de werkzame elementen van de projecten: wat zijn de bouwstenen waarmee het detentielandschap vernieuwd kan worden? Welke zijn specifiek voorbehouden aan een bepaald traject en welke zijn generiek in te zetten. Ook is het onderzoek bedoeld om verbeterpunten in de processen helder te krijgen, op basis daarvan de projecten gericht te kunnen doorontwikkelen en advies te krijgen over een toekomstige effectevaluatie.
    Het onderzoeksbureau Regioplan voert de evaluatie uit in opdracht van het WODC.
    Voor de laatste informatie over het onderzoek en (tussen)rapportages zie de website van het WODC:  De plan- en procesevaluatie ‘Lokale flexibele detentievoorzieningen’
  • De actiegerichte plan- en procesevaluatie ‘Maatschappelijke re-integratie na detentie’
    Tien re-integratie-projecten van Koers- en kansen zijn onderzocht, te weten Tussenwoningvoorziening voor ex-gedetineerden, Resocialisatie gedetineerden met een LVB, Levensloopconsulent, Transforensisch maatwerk, 3Noord, Doorontwikkeling nazorgaanpak, Pak je kans, Kortgestraft langdurig nut en Samen starten (Zwolle en Zutphen).
    Het doel van het onderzoek is: inzicht krijgen in de ervaringen met en de ervaren impact van de re-integratieprojecten, zodat het gemeentelijk domein, de zorg en de overige netwerkpartners in het justitiedomein, al tijdens de uitvoering maar zeker ook daarna, er leerervaringen en lessen uit kunnen halen. Wat zijn de werkzame elementen van de projecten? En strookt dit met wat de internationale literatuur hierover zegt? Wat zijn de werkende mechanismen in de re-integratie van (ex-)gedetineerden, wat in de samenwerking tussen gemeenten, zorg en de overige netwerkpartners in het justitiedomein, en waarom? Doen de projecten wat ze voor ogen hebben? Welke handvatten zijn er om bij te sturen en zo mogelijk te verduurzamen?
    Het onderzoeksbureau EMMA heeft dit onderzoek uitgevoerd in opdracht van het WODC.
    Lees het nieuwsbericht Belangrijke lessen uit overkoepelend onderzoek naar tien Koers en kansen-pilots over re-integratie ex-gedetineerden
  • De procesevaluatie ‘Levensloopgerichte afdoening van strafzaken’
    De procesevaluatie richt zich op vijf projecten van Koers en kansen, namelijk Wijkrechtbank in Eindhoven, Vonnisvoorstel in Den Bosch/regio Oost-Brabant, Proeftuin Ruwaard verbinden met strafrechtketen in Oss, Omgevingsadvies Jeugd in Sittard/Geleen en Venlo en Toezichtsrechter in Arnhem/regio Oost-Nederland.
    Het doel van het onderzoek is: inzicht te krijgen in de ervaringen, ervaren impact en ervaren werkzame elementen en mechanismen van het cluster Koers en kansen-projecten dat zich richt op de behandeling en afdoening van strafzaken. Het gaat daarbij niet om het scoren of rangordenen van de afzonderlijke projecten, maar om het ophalen van leerervaringen en lessen die breder toepasbaar kunnen zijn.
    Het onderzoeksbureau Pro Facto voert de evaluatie uit in opdracht van het WODC.
    Voor de laatste informatie over het onderzoek en (tussen)rapportages zie de website van het WODC: De procesevaluatie ‘Levensloopgerichte afdoening van strafzaken’

  • Maatschappelijke kosten en baten-analyses (in voorbereiding)
    De checklist MKBA (zie Recidive- en analysetools) laat zien dat een aantal projecten uit het projectenlab geschikt is voor een MKBA-onderzoek naar de vraag: betaalt de investering in het project zich terug en is de samenleving er overall bij gebaat? Op basis van een aanvullend model van eisen (het MKBA-Kompas: zie Recidive- en analysetools) wordt nu onderzocht welke projecten het meest toegerust zijn voor het goed kunnen uitvoeren van een MKBA;

  • Domeinoverstijgende samenwerking in de sanctie-uitvoering, een bestuurskundig promotie-onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam
    Nieuwe samenwerkingsverbanden over taakgebieden heen organiseren zich niet vanzelf en blijven ook niet zomaar in stand. Het onderzoek zal wetenschappelijke inzichten opleveren over wat succesfactoren zijn voor domein-overstijgende samenwerking. In het onderzoek staan in ieder geval drie vragen centraal:
    1) wat verstaan we onder succesvolle samenwerking?
    2) welke factoren zijn vanuit literatuur en wetenschap bepalend voor succesvolle samenwerking?
    3) welke contextcondities/randvoorwaarden bevorderen succesvolle samenwerking?
    In dit onderzoek worden vijf projecten van Koers en kansen gedurende een jaar gevolgd, te weten Huis van Herstel, De Compagnie, Transforensisch Maatwerk, 3Noord en Kortgestraft, langdurig nut. Ze variëren onder meer in geografische spreiding, grootte van de gemeente, bestaande dan wel nieuwe samenwerkingsvormen en moment van uitvoering.
    Tussentijdse resultaten die relevant zijn voor het programma zullen vertaald worden in aanbevelingen voor sanctiebeleid en – uitvoering.
    Lees het nieuwsbericht Hoe voorkom je de pilotparadox? Promotieonderzoek naar hoe een succesvolle pilot over samenwerken zijn weg vindt naar structurele inbedding
  • Klantreisonderzoek re-integratie ex-gedetineerden
    Zoals bij alle pilots binnen Koers en kansen wordt ook bij de pilots Re-integratieofficier (RIO) de (meer)waarde kwantitatief gemeten op basis van data en cijfers. Achter deze data en cijfers gaan uiteenlopende verhalen van ex-gedetineerden en diverse acties van de re-integratie-officier schuil. Met behulp van een klantreisonderzoek worden deze persoonlijke ervaringen opgehaald. De verhalen maken het gemakkelijker voor overheid en samenwerkingspartners om te denken en handelen vanuit de behoefte, logica en werkelijkheid van ex-gedetineerden. Ook verheldert deze kwalitatieve analyse het belang van een re-integratieofficier bij de terugkeer van ex-gedetineerden in de samenleving én wat zijn/haar rol daarin kan zijn.
    De studie richt zich op ex-gedetineerden in de leeftijdscategorie van 18 tot 27 jaar. Het onderzoek betrekt de RIO-pilots in vijf verschillende gemeenten: de Koers en kansen-pilots Doorontwikkeling Nazorgaanpak (Leidschendam-Voorburg), de RIO Den Haag en de pilot Pak je kans (Arnhem) en daarnaast de RIO-aanpak in de gemeente Dordrecht en Haarlemmermeer.
    Het onderzoek wordt uitgevoerd door het bureau Osage. In de zomer van 2021 verschijnt naar verwachting het eindrapport.