Opleidingsmodule voor gericht samenwerken tussen forensische zorg en reguliere ggz. Over bouwen aan onderling vertrouwen

Een van de belangrijkste knelpunten in de forensische zorg is dat de zorg stopt wanneer de straf erop zit en de justitiële titel afloopt. En dan? Vrijwel altijd is nog steeds zorg nodig. Maar die vervolgzorg in de specialistische reguliere ggz komt lang niet altijd op gang. Met alle risico’s van dien. Aan (beleids)notities over dit knelpunt geen gebrek. Tot veel concrete verbeteringen heeft dit nog niet geleid. De Koers en kansen-pilot Bekend maakt bemind wil daar verandering in brengen met een praktische opleidingsmodule. ‘We bouwen al gaandeweg aan onderling vertrouwen.’

De pilot richt zich op de samenwerking tussen Transfore, een forensische ggz-instelling, en Dimence, een instelling voor specialistische reguliere ggz, beide in Oost-Nederland. Joanne Snijder, projectleider en psycholoog: ‘De opleidingsmodule is heel praktisch ingestoken. Dus geen hoog-over-informatie over relevante wetgeving of instrumentarium. We hebben het klein en persoonlijk gehouden.’

'We hebben het klein en persoonlijk gehouden'

Daarvoor is aan de professionals van beide organisaties gevraagd: wat mis je in de samenwerking en wat heb je nodig? Snijder: ‘We hebben ook patiënten laten vertellen wat voor hen belangrijk is bij de overgang van de ene naar de andere zorg.’ Al die praktische informatie is verwerkt tot heel concrete opdrachten, die in duo’s worden gemaakt. Zoals: vertel de ander eens wat die wet betekent voor jouw werk. Wat maakt een risicotaxatie spannend voor jou? Wat zou jij willen weten als je een patiënt van ons krijgt?’

Drie bouwstenen

De module bestaat uit drie bouwstenen. De eerste twee zijn erop gericht om elkaar te leren kennen, in duo’s bij elkaar langs te gaan op de werkvloer, en informatie uit te wisselen over elkaars vak, over verschillen en overeenkomsten. 'Want goed en gemakkelijk samenwerken begint met elkaar kennen. Een open deur. Maar de praktijk is anders,’ zegt Snijder.

Die eerste twee modules zijn nodig om al gaandeweg onderling vertrouwen op te bouwen. En dat is nodig voor de laatste bouwsteen van de module. ‘Die gaat over dilemma’s in samenwerking rond patiënten,’ zegt Snijder, ‘Wat te doen als het moeilijk wordt?’ En dat is volgens Snijder duidelijk een laag dieper. ‘Zonder onderling vertrouwen durf je niet open te zijn over wat je denkt en voelt en dat staat samenwerken in de weg.’

‘Zonder onderling vertrouwen durf je niet open te zijn over wat je denkt en voelt en dat staat samenwerken in de weg’

In die derde bouwsteen gaat het dan ook met name over gedachten en gevoelens over elkaars werk en elkaars patiënten. Hoe voelt het als iemand op jouw afdeling komt die ooit een delict heeft gepleegd? Wat te doen als je het gevoel hebt dat jouw patiënt een delict gaat plegen? Heb je het vertrouwen dat je dan vanuit de forensische zorg de ondersteuning krijgt die je nodig hebt? Of ben je bang dat ze zullen zeggen: dat is jouw pakkie an.

‘In de loop van de module zit je steeds dichter op de huid van de patiënt’

In de loop van de module gaat het steeds vaker over casuïstiek. ‘Je zit dus steeds dichter op de huid van de patiënt,' zegt Snijder. ‘Wat gebeurt er eigenlijk allemaal met een patiënt? Wat komt die tegen en maakt die met wie mee? En wat kan daarin beter? Voor professionals is dat concreet en het belang van samenwerken wordt dan het meest gevoeld.’

Afwijken van oorspronkelijke plan

In het oorspronkelijke plan zouden van beide organisaties complete teams de module gaan doorlopen. Omdat de teamleiders dit een te grote tijdsinvestering vonden, is ervoor gekozen twee professionals per team af te vaardigen. Snijder: ‘Trainingsuren gaan af van patiëntcontact. Patiënten komen logischerwijs op één. Nadeel is dat het effect van de module smaller wordt en dus kwetsbaarder. Het betrekken van de rest van het team moet nu op een andere manier gebeuren.’

‘Trainingsuren gaan af van patiëntcontact. Patiënten komen logischerwijs op één’

Tijdens de ontwikkeling van de module brak corona uit. Om na de ontwikkelfase meteen met de module aan de slag te kunnen gaan, heeft het projectteam in allerijl een digitale omgeving ingericht. Met inhoudelijke informatie, de opdrachten en een plek om ervaringen uit te wisselen, ook tussen de duo’s onderling. ‘Maar juist de zachte kant die in de oorspronkelijke opzet zat, was daar veel moeilijker onder te brengen,’ zegt Snijder. De duo’s konden op het platform aan de slag. Maar dat kwam niet echt van de grond.’

Eyeopener

‘Toen het digitaal stil bleef, gingen we de duo’s pushen en vroegen de teamleiders daarin mee te gaan. Dat werkte niet,’ vertelt Snijder eerlijk. Toen kwam de eyeopener. ‘We realiseerden ons ineens: we luisteren te weinig. Wat we in de module propageren, doen we zelf niet: nagaan wat de ander belangrijk vindt en nodig heeft. En wat kun jij doen om daarop aan te sluiten?’

'Ga na wat de ander belangrijk vindt en nodig heeft. En wat kun jij doen om daarop aan te sluiten?’

Het projectteam organiseerde verschillende feedbacksessies. Wat bleek? De urgentie van het onderwerp was het probleem niet. De professionals misten alleen strakke instructies: wanneer moesten ze welke opdracht uit de module inplannen? Anders lieten ze patiëntgerelateerd werk voorgaan.Tegelijkertijd mochten de opdrachten zelf veel vrijer zijn. Snijder: ‘Die kritiek hebben we meteen ter harte genomen. Sowieso blijven we de module in samenspraak met de deelnemers aanpassen tot het in alle opzichten klopt.’

Verandering vereist randvoorwaarden

‘Je zou misschien denken dat de professionals in de forensische zorg meer urgentie ervaren om beter samen te werken. De sggz heeft natuurlijk niet voortdurend forensische patiënten,’ zegt Snijder. Toch zijn beide groepen professionals vanaf het begin sterk betrokken. ‘Ze willen absoluut niet dat een patiënt strandt bij de voordeur van de een of de achterdeur van de ander.’ Meteen plaatst ze een winstwaarschuwing: ‘Je kunt nog zo betrokken zijn, in de praktijk verandert pas iets als je er ook daadwerkelijk tijd voor vrij kunt en wil maken.

‘Je kunt nog zo betrokken zijn, in de praktijk verandert pas iets als je er ook daadwerkelijk tijd voor vrij kunt en wil maken’

‘Als opleider moet je je afvragen hoe professionals een opleidingstraject erbij kunnen doen in hun toch al drukke agenda. En kan het team ook op termijn, als de module is afgelopen, voldoende tijd vrijmaken voor alles wat ze hebben geleerd? De rol van de teamleider is enorm belangrijk om die ruimte te creëren.’

Ervaringsdeskundige inzet cruciaal

Snijder geeft ervaringsdeskundigen een rol in de module, zodat professionals de urgentie van een goede samenwerking blijven voelen. Waar heeft een patiënt behoefte aan, waar ging het mis? ‘Het gebeurt zo gemakkelijk dat je opeens toch weer vanuit je eigen koker kijkt.’
Ook laat Snijder in de module de podcasts horen die gemaakt zijn binnen de Koers en kansen-pilot Lifestory podcasts. Daarin vertellen reclasseringscliënten over hun levensloop. ‘We hoorden fragmenten uit die podcasts op een van de projectleidersdagen van het programma Koers en kansen. Zo indrukwekkend. Ik dacht meteen: die kunnen we gebruiken.

'Ervaringsverhalen helpen tegen onterechte angst en vooroordelen'

‘Ervaringsverhalen helpen ook tegen onterechte angst en vooroordelen. Ik spreek uit ervaring. Ik kom uit de ziekenhuiszorg en was onbekend met forensische patiënten. Ook ik had ideeën over hen en vond het best een enge groep. Maar dat verandert als je hun verhalen hoort en de mens achter de patiënt gaat zien. Vooroordelen zijn niet raar, maar je kunt er ook anders naar kijken. Overigens kunnen er ook vanuit de forensische zorg vooroordelen zijn over patiënten uit de reguliere ggz: dat ze niet zo heftig zijn bijvoorbeeld.’

Op alle terreinen winst

Volgens Snijder is het voor organisaties elders redelijk eenvoudig om straks – na de eindevaluatie- de ontwikkelde module te gebruiken. Als de genoemde randvoorwaarden er tenminste zijn. ‘Met een enkele wederzijdse ontmoeting heb je het wij-zij-denken niet opgelost,’ waarschuwt ze. ‘Een goede samenwerking over en weer levert op allerlei terreinen winst op, maar vergt voortdurend onderhoud.’

Meer lezen over de pilot Bekend maakt bemind?

> Bekend maakt bemind (Deventer)