Haagse reclasseringscliënten krijgen versnelde schuldhulp: ‘Als schuldenvrij niet kan, dan schuldenzorgenvrij. De stress moet eraf'

Maar liefst de helft tot twee derde van de reclasseringscliënten heeft problematische schulden. Vaak heeft het delict met de schuld te maken. De stress die zo’n schuld met zich meebrengt is meestal zo groot dat de cliënt geen ruimte heeft om in een reclasseringstraject te werken aan gedragsverandering.
In de gemeente Den Haag loopt daarom de Koers en kansen-pilot  Schuldenvrij terug in de maatschappij. De reclassering werkt daarin nauw samen met gemeentelijke professionals én vrijwilligers. Er is een duidelijk werkproces afgesproken. Resultaat: een reclasseringscliënt met problematische schulden wordt snel geholpen. Dat is winst voor de persoon zelf én voor de maatschappij.

‘Zodra een schuldentraject start, zie je bij een  cliënt rust ontstaan,’ zegt Bauke Ketting. Zij is als toezichthouder vanuit de reclassering betrokken bij de pilot. ‘Die rust is nodig. Dan pas kan een cliënt reflecteren op zijn gedrag. Zonder schulden is de kans om succesvol te re-integreren zoveel groter.’

Schuldregelaar en reclasseringswerker in gesprek met schuldenaar
Schuldregelaar Soraya Baptist en toezichthouder Bauke Ketting (rechts) in gesprek met een reclasseringscliënt

Opbouwen vertrouwen

Vaak heeft iemand met problematische schulden geen goed zicht (meer) op schuldeisers en de hoogte van de schuld. Dat geldt ook voor reclasseringscliënten met schulden.
‘Zodra een reclasseringcliënt hier in Den Haag onder toezicht komt van een reclasseringswerker zorgen wij dat het schuldenplaatje compleet wordt,’ vertelt Anouk Talhout. Zij is vrijwilliger bij de Haagse vrijwilligersorganisatie De Volharding, met een diploma Schuldhulpverlening op zak. ‘Ze komen bij ons niet op een wachtlijst. Wij gaan meteen aan de slag.’ Dat klinkt gemakkelijker dan het is. ‘Het kost gemiddeld toch wel zo’n 30 á 40 uur per cliënt, in een tijdsbestek van plusminus drie maanden. Waar heeft de cliënt welke schulden? Dat zoeken we uit. Maar het begint bij het opbouwen van vertrouwen,’ vertelt Talhout.

‘Vaak hebben deze cliënten geen vertrouwen meer in de hulpverlening’

Binnen de pilot hebben de vrijwilligers van De Volharding inmiddels bij meer dan 50 mensen de schuldensituatie in kaart gebracht. Zonder uitzondering hebben deze cliënten veel meegemaakt en vaak geen vertrouwen meer in de hulpverlening. De meesten hebben een licht verstandelijke beperking. Anouk Talhout: ‘Het gebeurt geregeld dat een cliënt geen motivatie meer kan opbrengen of wegblijft bij een afspraak.’ De casus komt dan on hold.
‘Is de map met vorderingen compleet, dan gaat die via de reclassering naar de gemeente,’ zegt Talhout. Haar taak zit er dan op. Al zijn er cliënten die het contact met de vrijwilligers zo prettig zijn gaan vinden dat ze contact blijven houden.

Tijdwinst

Op basis van de map maakt de gemeentelijke consulent Schuldhulpverlening een plan van aanpak en vindt er een intake plaats met de cliënt. De reclasseringswerker schuift daarbij aan en zo nodig ook andere partijen, zoals bijvoorbeeld een bewindvoerder.
Na de intake komt de gemeentelijke schuldregelaar in beeld, zoals Soraya Baptist. Zij doet een betaalvoorstel aan de schuldeisers. Baptist: ‘Schuldenvrij, of, als dat niet haalbaar is, schuldenzorgvrij, daar werken we naartoe. Is de stress van een schuld weg, dan geeft dat ruimte om te werken aan andere leefgebieden. En dat helpt een reclasseringscliënt niet weer in de fout te gaan.’
Binnen de Haagse pilot is afgesproken om de schulden of via een gemeentelijk saneringskrediet op te lossen, waarbij de gemeente de schuldeisers afkoopt en de schuldenaar alleen nog de gemeente als schuldeiser heeft, en gebruik te maken van een collectieve schuldenregeling. Baptist: ‘Bij collectief schuldregelen hebben de schuldeisers al van tevoren met de gemeente de afspraak gemaakt dat ze akkoord zullen gaan met  het schuldregelingsvoorstel.’

‘Is de stress van een schuld weg, dan helpt dat om niet weer in de fout te gaan’

‘Een absoluut voordeel van de nieuwe manier van samenwerken is de tijdwinst die het oplevert’, zegt Bauke Ketting. ‘Je weet over en weer wie je samenwerkingspartners zijn en wie wat doet. Er blijft niks liggen.’
Baptist: ‘In de schuldhulp is die snelheid zo belangrijk. Hoe sneller perspectief, hoe minder persoonlijke schade. En het kost de maatschappij ook minder. We zoeken binnen de pilot creatiever naar oplossingen dan normaal het geval is. We kijken meer vanuit de cliënt en de bedoeling van ons werk.’

‘In de schuldhulp is snelheid zo belangrijk’

Baptist noemt nog een ander voordeel: ‘Binnen de gemeente is de schuldhulpverlening nogal opgeknipt. Bij een veroordeelde student moet ik een heel andere afdeling betrekken dan bij een veroordeelde ondernemer. Zo krijg ik stap voor stap deze specifieke doelgroep gemeentebreed op het netvlies.’

Mildere tijdgeest

'Vroeger waren reclasseringscliënten bij de gemeente nauwelijks in beeld, ook al heeft een gemeente de wettelijke plicht mensen met schulden te helpen.
De tijdgeest is milder geworden,’ zegt Soraya Baptist. Ze legt uit dat in de afgelopen jaren veel onderzoek is gedaan naar de relatie tussen het hebben van schulden en de manier waarop onze hersenen werken. ‘Er is aangetoond dat je met schulden niet meer zo logisch nadenkt, minder goed problemen oplost of vooruit kunt denken.’

‘Er is aangetoond dat je met schulden niet meer zo logisch nadenkt'

Bauke Ketting beaamt dat: ‘De bereidwilligheid om schuldenaren te helpen, is ondermeer daarom de laatste jaren veel groter geworden. ‘Vroeger werd sneller een oordeel geveld, zeker als het ging om iemand die iets strafbaars had gedaan.’ Soraya Baptist knikt instemmend: ‘De mildheid is voor deze doelgroep een uitkomst. Schuldenaren aan hun lot overlaten: daar schiet niemand iets mee op. Dat kwartje is inmiddels wel gevallen. Nu wordt gekeken hoe je deze mensen aan de andere kant van de horde krijgt, zonder dat ze eroverheen moeten springen.’

De pilot Schuldenvrij terug in de maatschappij is sinds kort uitgebreid met een schuldenaanpak die al begint wanneer mensen nog in detentie zitten. Als dan al gestart wordt met het werken aan een toekomst zonder schulden(zorgen) is naar verwachting de kans op succesvol re-integreren nog groter en de recidivekans nog kleiner dan bij de aanpak uit de eerste pilot. De partners uit de oorspronkelijke pilot werken in het aanvullende traject samen met de gevangenis in Alphen aan den Rijn.