Recidive-model voor wetenschappelijke onderbouwing beleidsadviezen

De meeste misdrijven worden gepleegd door mensen die al eens in aanraking zijn geweest met justitie. Het terugdringen van recidive is daarom een belangrijk aangrijpingspunt om de samenleving veiliger te maken en de overlast en schade die criminaliteit met zich meebrengt, in te dammen. Er bestaat veel wetenschappelijk onderzoek naar recidive en naar factoren die de kans op recidive beïnvloeden. Maar hoe kun je als beleidsmaker uit die berg aan bevindingen wijs worden, zodat adviezen en beslissingen gebaseerd zijn op bestaande kennis en niet op een onderbuikgevoel?

In de hectiek van alledag vinden beleidsmakers vaak niet de ruimte om de resultaten uit alle (inter)nationale onderzoeken bij te houden en op de juiste waarde te schatten voor hun werk. Toch is het voor het maken van effectief en financieel gezond beleid belangrijk om daarbij relevante wetenschappelijke kennis als uitgangspunt te nemen. Daarom heeft het programma Koers en kansen voor de sanctie-uitvoering aan TNO de opdracht gegeven om een recidive-model te ontwikkelen waarin de relevante recidive-variabelen een plek krijgen én op een inzichtelijke manier in beeld wordt gebracht hoe deze variabelen op elkaar inwerken. Samen met een groep wetenschappers en experts uit diverse organisaties is het afgelopen half jaar, onder leiding van TNO,  hard gewerkt om dit model te realiseren. Daarbij is gebruik gemaakt van de Marvel-methode.

Gedeeld beeld van recidive-problematiek
Het model integreert de kennis uit diverse vakgebieden en geeft een gedeeld beeld van de recidive-problematiek. Het beschrijft de samenhang tussen (neuro)fysiologische, denkpatronen, gedragsaspecten en kenmerken van de omgeving van ex- delinquenten die bijdragen aan pro- en antisociaal gedrag. De variabelen kunnen elkaar in positieve en negatieve zin versterken en wel of niet leiden tot een terugval in de criminaliteit. De variabelen en relaties zijn met literatuur onderbouwd.

De vijf feedbackclusters
Om het model overzichtelijk weer te geven is het in vijf delen opgeknipt, de zogenoemde feedbackclusters. Eén daarvan is weergegeven in de onderstaande afbeelding. Het is het feedback-cluster rondom pro-sociale relaties. Pro-sociale relaties zijn relaties die een positief effect hebben op een ander. Het cluster geeft de onderlinge samenhang en beïnvloeding weer van alle variabelen die invloed hebben op de pro-sociale relaties van een persoon.

Feedbackcluster Recidive-model
De afbeelding geeft het feedbackcluster Pro-sociale relaties weer. Een plus in de figuur betekent dat als de variabele aan de oorsprong van de pijl verandert, de variabele aan het einde van de pijl in dezelfde richting verandert. Is het een min dan verandert de eind-variabele in de tegengestelde richting. Soms versterkt een cirkel van variabelen (een loop) zichzelf omdat de causale relaties allemaal dezelfde kant opgaan. In de figuur worden deze loops aangegeven met een R (Reinforcing). Soms wordt de ontwikkeling die in het begin van de loop in gang is gezet, verderop afgezwakt, omdat latere causale relaties in tegenstelde richting lopen. Dit wordt een B-loop genoemd (B= Balancing). In dit cluster komt dit soort loop overigens niet voor. Wanneer een effect plaatsvindt, en hoe sterk, is afhankelijk van de context.

Naast het cluster rondom pro-sociale relaties zijn er nog vier andere clusters die de expertgroep expliciet heeft benoemd:

  • Het cluster Pro-sociale attitudes. Dit cluster geeft inzicht in hoe de pro-sociale gedachten, gevoelens, en overtuigingen van een ex-delinquent beïnvloed worden wanneer de pro-sociale of anti-sociale relaties van de ex-delinquent zijn pro-sociaal of anti-sociaal handelen goed- of afkeuren;
  • Het cluster Mentale gezondheid en gewetensontwikkeling. Dit cluster beschrijft hoe de fysieke en mentale gezondheid het pro-sociaal handelen van de ex-delinquent beïnvloedt;
  • Het cluster Zelfcontrole. Dit cluster beschrijft hoe de fysieke en mentale gezondheid van een ex-delinquent samenhangt met diens zelfcontrole en pro-sociaal handelen;
  • Het cluster Delict. Dit cluster laat zien welke mechanismen een directe rol spelen in de toename en afname van het aantal delicten dat wordt gepleegd door een recidivist.

Handzame gebruikerstool
Ook al is het model ingedeeld in de vijf thematische clusters, het vraagt even wat aandacht om het model te doorgronden. Het is op het eerste oog een ingewikkeld samenspel van variabelen die elkaar kunnen versterken en afzwakken. Om ervoor te zorgen dat beleidsmakers gemakkelijk kennis en inzichten uit het model kunnen ophalen voor de onderbouwing van hun recidivebeleid én om ervoor te zorgen dat het model bijdraagt aan een structurele kennisopbouw, is het nodig dat het huidige recidive-model wordt doorontwikkeld tot een handzame kennistool. Met diverse beleidsambtenaren is inmiddels al besproken waar zo’n tool aan moet voldoen wil deze in hun werk goed bruikbaar zijn.

Aanvullingen of vragen?
Het recidive-model is een dynamisch model en zal op basis van nieuwe inzichten voortdurend in ontwikkeling blijven. Heb je aanvullingen op het model, opmerkingen of vragen? We ontvangen ze graag: koersenkansen@minjenv.nl