Thuisfront van gedetineerde gebaat bij brug tussen gevangenis en buitenwereld

Een steunend sociaal netwerk helpt recidive te voorkomen. Tegelijkertijd heeft detentie van een familielid of naaste veel impact op de ‘achterblijvers’. Vaak met een verzwakte thuisbasis tot gevolg. Voor een goede re-integratie na detentie is het zaak dat de thuissituatie zoveel mogelijk op orde is. Hoe stabieler het thuisfront, des te lager de recidive-kans. Toch is er binnen de sanctie-uitvoering relatief weinig aandacht voor het sociale netwerk van een gedetineerde.

In het kader van het Koers en kansen-project Krachtig thuis hebben professionals en vrijwilligers van Exodus in de regio Zuid-Holland ruim een jaar lang vijftien gedetineerden samen met hun thuisfront gevolgd en begeleid. Doel was te achterhalen wat de ‘achterblijvers’ van gedetineerden nodig hebben om meer in hun kracht te komen of te blijven, tijdens en kort na de detentie van hun familielid of naaste. Exodus werkte daarbij samen met de betreffende gevangenis, de betreffende gemeente en andere relevante zorg- en overheidsinstanties.

Krachtig Thuis

Kwalitatieve analyse
Op basis van een kwalitatieve analyse van de vijftien begeleide thuissituaties is een aantal conclusies te trekken:

  • de informatie vanuit de PI over detentie en de relevante regelingen en regelgeving is onvoldoende toegankelijk voor het thuisfront. Dit verslechtert de verbinding tussen de wereld binnen de bajes en de wereld erbuiten en is een bron van stress en zorgen;
  • de behoefte van een thuisfront aan hulp en steun loopt sterk uiteen: van simpele informatieverstrekking over (bezoek)regels binnen de PI tot vrij complexe systemische begeleiding bij verstoorde gezinsrelaties. Deze diversiteit in hulpvragen vergt maatwerk;
  • vaak zijn al diverse hulpbiedende instanties bij het thuisfront betrokken. Deze instanties hebben meestal geen inzicht en ingang in de wereld van detentie. Het overbruggen van de kloof tussen binnen-  en buitenwereld is nodig om een gezin effectief te kunnen begeleiden.
  • voor veel ‘achterblijvers’ is niet duidelijk hoe het Nederlandse systeem van hulp- en zorgverlening werkt en welke instantie(s) zij kunnen inschakelen. Met een relatief geringe investering aan begeleiding is op dit vlak veel winst te boeken en kan de juiste hulp ingezet worden;
  • wanneer het thuisfront actief wordt benaderd – zoals in dit project – kunnen problemen zichtbaar worden die de ‘achterblijvers’ voorheen al hadden, maar verborgen bleven en die soms zelfs een rol speelden bij het ontstaan van het delict door het familielid. De actieve benadering doorbreekt zo een problematische situatie en soms ook een patroon van zorgmijdend gedrag;
  • een minderheid van de thuissituaties staat open voor contact met een vrijwilliger. Soms is die behoefte er wel, bijvoorbeeld als de schaamte over de detentie van het familielid een sociaal isolement veroorzaakt;
  • veel hulp en begeleiding zijn te financieren vanuit gemeentelijke financieringsbronnen, zoals de WMO. Dit geldt logischerwijs niet voor detentie-gerelateerde stress die bijvoorbeeld voortkomt uit gebrekkige informatie en communicatie vanuit de gevangenis of samenhangt met bezoek(on)mogelijkheden tussen thuisfront en gedetineerde;
  • de verschillen tussen de manier waarop gemeenten aankijken tegen de problematiek van achterblijvers is groot. Sommige gemeenten zien de steun aan ‘thuisblijvers’ zondermeer als relevant. Voor andere gemeenten is de problematiek totaal nieuw.

Breder inbedden van geleerde lessen
Het projectteam zoekt nu naar manieren om de geleerde lessen uit het project op bredere schaal in te bedden in beleid en praktijk. Wil je daaraan een bijdrage leveren of heb je daarover ideeën? Neem dan contact op met de projectleiders. Kijk op de website van Krachtig Thuis voor contactgegevens en voor de meest recente informatie over de follow-up van dit project.