INTERVIEW Janine Plaisier: ‘Laat professionals en onderzoekers nauw samenwerken, dan leren we het meest van praktijk-experimenten’

Sinds de start van Koers en kansen was ze voorzitter van de Koersbewakers, het wetenschappelijke klankbord voor het programma Koers en kansen. Nu neemt Janine Plaisier afscheid. Tijd om in de geest van het programma met haar de balans op te maken: wat zijn haar lessons learned? Welke inzichten wil ze graag nalaten? Koers en kansen in gesprek met onderzoeker én psycholoog Janine Plaisier.

Waarom zei je destijds ‘ja’ tegen het voorzitterschap van de Koersbewakers?

‘Gedrag dat afwijkt van het gangbare heb ik altijd al boeiend gevonden. Waar komt dat gedrag vandaan? Hoe kun je het beïnvloeden? Welke interventies zijn effectief, welke niet? Ik ben begaan met mensen die het moeilijk hebben, die vastlopen in hun leven, en óók met de slachtoffers die zij maken. Geen toeval dus dat ik Koers en kansen erg interessant vind. Ik geloof in al werkend experimenteren en leren. En in fouten maken. Het mooie is dat daar binnen Koers en kansen niemand op wordt afgerekend. Want zonder die experimenteer-ruimte, geen innovatie.’

Zitten de professionals die met hun voeten in de klei staan wel te wachten op het doen van onderzoek?

‘De drive bij professionals om de sanctie-uitvoering te verbeteren is enorm groot. Je moet hen niet ook nog eens belasten met het doen van onderzoek. Hun ervaring en kwaliteiten liggen daar meestal ook niet. Goed onderzoek doen kost ook veel tijd. Beter is het om een onderzoeker toe te voegen aan een projectteam.

Janine Plaisier afscheidsinterview

Binnen het programma wordt steeds meer gebruik gemaakt van onderzoeks-expertise. Die ontwikkeling juich ik van harte toe. Want hoe vervelend is het als je veel energie in een project stopt en je aan het einde van de rit geen conclusies kunt trekken? Omdat het effect niet hard gemaakt kan worden. Of omdat niet precies duidelijk is wat het werkende bestanddeel is van de nieuwe manier van werken.’

In 2002 liep bij het ministerie van Justitie en Veiligheid het Programma Terugdringen Recidive. Jij was plaatsvervangend programmamanager. Kan Koers en kansen van dit programma leren?

‘Als Koersbewakers hebben wij ons weleens afgevraagd waar alle kennis is gebleven die indertijd is opgedaan.’ Plaisier schudt meteen haar hoofd: ‘Nee, ik moet het anders zeggen: het barst van de kennis, in onderzoeksrapporten, in databases. Ook de kennis van toen. En er is een evaluatie van de fouten die destijds zijn gemaakt, zodat je die nu kunt voorkomen. Maar wat ik vaak hoor is: “ik heb geen tijd om het allemaal uit te zoeken en te lezen!” Zou je zo’n uitspraak accepteren van je arts?
Ik begrijp heel goed dat je snel van start wil gaan met een idee waarover je enthousiast bent. Maar als je niets doet met bestaande kennis, loop je het risico dat je het wiel opnieuw aan het uitvinden bent of iets doet dat niet gaat werken.
De Koersbewakers waarschuwen hier ook voor. De inschatting is dat Koers en Kansen de recidive-doelen niet gaat halen met de huidige projecten. Naast goede en veelbelovende projecten zien we projecten die startten zonder van tevoren te analyseren op welke kennis en ervaringen voortgeborduurd kan worden. Dat is een gemiste kans, want zo kom je minder snel vooruit dan je zou willen. ’

Ik heb geen tijd om het allemaal uit te zoeken en te lezen: zou je zo’n uitspraak accepteren van je arts?

Het is dus zaak om bestaande kennis beter te ontsluiten?

Plaisier knikt. ‘Daarom is het ook zo belangrijk dat Koers en kansen nu een schematisch overzicht maakt van alle variabelen die een bewezen invloed hebben op recidive. In dit recidive-model worden de relaties tussen variabelen geïllustreerd met onderzoek. Zo’n model maakt organisaties overigens ook minder kwetsbaar wanneer inhoudelijke experts naar elders vertrekken want nieuwe collega’s kunnen met dat overzicht snel inzicht krijgen.
En ook al is de bestaande kennis beter beschikbaar, dan nog moet je van het veld niet verwachten dat ze daar helemaal induiken. Het lijkt de Koersbewakers beter om te zeggen: “jij wil dat experiment starten? Dan gaan wij eerst een onderzoeker vragen om uit te zoeken wat er allemaal al bekend is, zodat jij daarna gerichter aan de slag kunt.”’

Dat snelle in de huidige maatschappij houd je zo te horen wel bezig?

‘Laatst hoorde ik iemand zeggen: “Het lijkt alsof we niet meer de tijd nemen om het goed te doen, maar wel de tijd uittrekken om het weer opnieuw te doen.” Ik herken dat. In essentie gaat het om de korte termijn versus de lange termijn.
Zo ook bij gevangenisstraffen. Op korte termijn werkt een gevangenisstraf natuurlijk wel, iemand is van de straat, maar op de lange termijn vaak niet. Toch denken veel mensen: je moet gewoon hard straffen. Want als ík gestraft zou worden, zou ik me wel anders gaan gedragen. Maar veel van de delinquenten hebben zoveel meegemaakt. Vaak zijn ze immuun voor straffen. Om dat om te buigen, heb je behandeltijd nodig. Maar die tijd is er meestal niet. Van de gevangenen zit 75% korter dan drie maanden vast, 50% korter dan een maand.
De mensen die in mijn behandelpraktijk komen, bijvoorbeeld voor een burn-out, zijn hoogopgeleid, hebben een baan. Ze zijn vaak meer dan een half jaar in behandeling voordat die het gewenste effect heeft. En bij delinquenten denken we dat we het binnen een maand kunnen oplossen? Zij kampen meestal met veel zwaardere psychische problematiek dan een burn-out. Vaak ook nog eens in combinatie met een verstandelijke beperking en problemen op allerlei leefgebieden.
Bij de meeste gedetineerden kun je dus eigenlijk geen gedragsverandering bereiken, niet omdat de begeleiding niet goed is, maar omdat het verblijf in de gevangenis simpelweg te kort duurt. Als ze vrijkomen hebben ze niet of nauwelijks wat kunnen leren of kunnen veranderen in hun gedrag. De kans is groot dat er nieuwe slachtoffers vallen. Bovendien heb je door de detentie ook nog eens onbedoelde schade, zoals verlies van een uitkering, van werk, van onderdak. Dat moeten we na detentie dan weer zien te repareren. Hier worden heel mooie, domein-overstijgende projecten op gericht, met enorme inzet van erg goede medewerkers, maar eigenlijk moeten we fundamenteler denken: doen we wel wat we moeten doen?’

Korte gevangenissen afschaffen dan maar?

‘Een discussie over korte gevangenisstraffen is echt nodig. Zo’n korte straf, zonder gedragsverandering, vinden slachtoffers ook geen goede compensatie van hun leed.
Welke gedragsinterventies kunnen bijvoorbeeld beter extramuraal plaatsvinden, onder reclasseringstoezicht, over een langere periode. Andere delinquenten moet je misschien zelfs langer opsluiten, zodat je meer tijd hebt om het beoogde gedragseffect te krijgen. Kijk naar de ervaringen in landen als Zweden en Zwitserland, die hebben geen korte gevangenisstraffen, in Engeland wordt daar nu ook over nagedacht.’

Welke praktische tips heb je voor de projectteams?

‘Heel wat projectteams willen veel bereiken in een korte periode. Ook hier de druk om snel effecten te kunnen laten zien. Ik zie projectdoelen als: helpen aan een baan, schuldenvrij maken. Op zich lovenswaardig, maar we weten uit onderzoek: dit is bij deze doelgroep te ambitieus, zeker op de korte termijn, als ze verder niet leren om bijvoorbeeld minder impulsief te zijn. Wat realistischer is? Het krijgen van een vaste dag-structuur. ‘s Ochtends op een vaste tijd uit bed komen, het hebben van een dagbesteding. Wij kunnen ons vanuit ons perspectief bijna niet voorstellen dat dit voor veel delinquenten al een enorm grote stap kan zijn. Het is zo belangrijk om haalbare doelen te stellen. Anders moet je zeggen dat het niet gelukt is, terwijl je eigenlijk juist trots zou mogen zijn op het resultaat dat je wél bereikt hebt.
En soms willen projectteams erg veel monitoren. Mijn advies is: kijk wat echt nodig is om het effect van je project te kunnen vaststellen. Anders krijg je een berg gegevens waar je niks mee doet en niks mee kunt. Dat zou zo zonde zijn. En ook hier het advies: vraag er iemand bij met een onderzoeks-achtergrond.
Bij voorkeur een onderzoeker die deel uitmaakt van het projectteam. De uitvoerende professionals hebben dan de handen vrij om de nieuwe manier van werken uit te proberen vanuit hun kennis en kunde.’

Het kan natuurlijk heel goed dat een projectteam in de loop van een project door voortschrijdend inzicht iets wil aanpassen aan de oorspronkelijke projectopzet. Welk advies heb je in zo'n situatie?

‘Pas je teveel aan in één keer, dan weet je uiteindelijk niet wat heeft geholpen. Stel je hebt hoofdpijn, je neemt een aspirine en je laat je je ook nog door een acupuncturist behandelen, dan weet je ook niet wat er uiteindelijk voor zorgde dat je hoofdpijn verdween. Het belangrijkste is dat je de oorspronkelijke aanpak stap voor stap aanpast. En dat je ervoor zorgt dat je het effect na iedere stap meet.’

Heb je nog een afscheidswens?

‘Natuurlijk wens ik Koers en Kansen veel succes en ik zal jullie met grote en kritische belangstelling blijven volgen. Ik hoop dat ik opgevolgd word door een bestuurskundige, omdat die meer dan een gedragsdeskundige kan bijdragen aan veranderprocessen en aan een ander belangrijk onderwerp in veel projecten, namelijk samenwerking. En tot slot nog dit. Op het gebied van preventie valt winst te boeken. Delinquenten kampen met een steeds zwaardere problematiek. Uit onderzoek blijkt dat dit naar alle waarschijnlijkheid samenhangt met het feit dat kwetsbare mensen in onze samenleving steeds meer op zichzelf worden teruggeworpen door bezuinigingen in de zorg. Veel van deze mensen krijgen hun leven niet op de rit. Het risico is groot dat ze vroeg of laat met justitie in aanraking komen. Maar bij justitie ligt de oplossing niet. De oplossing begint bij het leveren van adequate zorg. Er zijn in de preventieve sfeer bewezen effectieve interventies voor risicogroepen. Dat kost nu een investering, maar dat verdient zich later meer dan terug.’ Janine Plaisier lacht: ‘Ja, dat is wetenschappelijk onderbouwd.’