Evaluatie narratieve methodiek bij jongeren in detentie positief

Wat doet het met jongeren in detentie wanneer ze hun eigen levensverhaal vertellen en vastleggen? Wat doet het met de relatie tussen hen en hun mentor? En wat kan het betekenen in contact met nieuwe hulpverleners die hen vooral kennen uit het (soms negatieve) dossier? Stichting Young in Prison heeft samen met het Lectoraat Residentiële Jeugdzorg van de Hogeschool Leiden en Essa Research onderzocht. De resultaten van de vooralsnog kleine pilot zijn positief.

Jongeren in Justitiële Jeugdinrichtingen herkennen zichzelf vaak niet in het papieren dossier dat over hen bestaat. In hun ogen is het vaak te eenzijdig en negatief. Dat bleek uit eerder onderzoek van Young in Prison. In deze pilot (Jouw Levensloop Centraal) is een methodiek ontwikkeld waarmee jongeren die bijna vrijkomen geholpen worden hun eigen levensverhaal op te tekenen.

Tijdens creatieve workshops leren de jongeren over zichzelf te vertellen: wie was ik en wie ben ik nu, wat zijn mijn kwetsbaarheden en waar zit mijn weerbaarheid, wat zijn mijn verlangens als ik eenmaal ‘buiten’ ben en wat heb ik daarvoor nodig. Met een docent vat de jongere de essentie van dit verhaal samen in een geluidsfragment met als titel ‘Wat je ook van mij moet weten’. Met toestemming van de jongere kan het verhaal als extra informatiebron aan het dossier worden toegevoegd. In deze pilot besprak iedere deelnemende jongere zijn verhaal met de mentor.

Jongere in detentie volgt workshop volgens narratieve methodiek

Resultaten

De 12 deelnemende jongeren geven bijna allemaal aan dat het verhaal recht doet aan wie ze zijn. Ze voelen zich gehoord. Ook geven ze aan dat de workshop daadwerkelijk aanzet tot nadenken over hun leven. Dit is een interessant resultaat. Uit onderzoek blijkt namelijk dat zelfreflectie een positieve invloed heeft op recidive-reductie.

De pilot is gestart vanuit de verwachting dat het verhaal van de jongere de werkrelatie tussen jongere en mentor ten goed zou komen. Maar uit het onderzoek blijkt dat een goede relatie een voorwaarde was voor de jongere om mee te doen en niet een effect ervan.

Alhoewel de deelnemende jongeren en mentoren dus al een relatief goede werkrelatie hadden, geven de mentoren na de luistersessie aan dat het levensverhaal van de jongere het gevoel van binding met de jongere versterkt. Het beeld dat het dossier van de jongere geeft is vaak gefragmenteerd en het verhaal van de jongere maakt van al die stukjes een geheel. Dit draagt bij aan het handelingsperspectief. De begeleiding kan beter op maat worden aangeboden.

Aanbevelingen

Een van de aanbevelingen is om de verhalende methodiek voort te zetten bij meer jongeren, ook in andere Justitiële Jeugdinrichtingen en het onderzoek te verfijnen, bijvoorbeeld naar wat nu het daadwerkelijke verhaal van de jongere is dat professionals moeten weten om gerichter te kunnen handelen.
Ook wordt aanbevolen om in het dossier op te nemen dat de jongere heeft deelgenomen aan een narratieve workshop. Dan kan de hulpverlener ernaar vragen en blijft het eigenaarschap van het verhaal bij de jongere.

Bredere implementatie

In Rijks Justitiële Jeugdinrichting Hartelborgt wordt de narratieve methodiek nu stapsgewijs (structureel) ingevoerd. Binnenkort geldt hetzelfde voor Particuliere Jeugdinrichting Teylingereind.