Koers en kansen ontwikkelt recidive-model om beleidsvernieuwing te onderbouwen

Wanneer neemt de kans op recidive af? Welke factoren spelen daarbij een rol? En hoe zeker weten we dat? De Koersbewakers, de wetenschappelijke klankbordgroep van het programma Koers en kansen, pleiten voor het beter gebruik van de grote hoeveelheid bestaande kennis op dit terrein. Om erop voort te kunnen bouwen en te voorkomen dat (wetenschappelijke) inzichten verdampen is het belangrijk dat deze kennis eenvoudig toegankelijk is. Het programma Koers en kansen bekijkt of het systeemdenken hierbij behulpzaam kan zijn. Systeemdenken is een manier om alle factoren die invloed hebben op een bepaald probleem, in dit geval recidiveren, inclusief hun onderlinge relaties, in kaart te brengen.

Het is lastig om effectief beleid te maken op basis van aannames en zonder te weten wat bewezen werkt en wat niet. Hetzelfde geldt voor het uittesten van nieuwe werkvormen in de praktijk: ben je misschien niet het wiel opnieuw aan het uitvinden of probeer je misschien iets uit waarvan al bekend is dat het niet werkt?
De kennis die nodig is om effectief te innoveren ligt niet voor het oprapen. Programma’s om recidive terug te dringen: ze waren er, maar welke kennis leverden ze ook alweer op? Wat zou het prettig zijn als je één oogopslag kunt zien hoe interventies recidive beïnvloeden? Zodat je weet aan welke knoppen je moet draaien en van welke je beter af kunt blijven.

Vanuit die wens kwam afgelopen dinsdag voor het eerst een expertgroep bij elkaar, die bestaat uit wetenschappers en professionals uit de justitiewereld. Onder begeleiding van TNO spraken zij over de invulling van een model, dat moet gaan bestaan uit de belangrijkste variabelen die effect hebben op recidive en hun onderlinge relaties, zowel in de periode voor, tijdens als na detentie. Het model wordt ontwikkeld op basis van de TNO MARVEL methode.

Impressie recidive-model volgens de TNO-Marvel-methodiek

Impressie recidive-model volgens de TNO-Marvel-methodiek

Veel variabelen kwamen aan bod. De experts spraken over de grote impact van situationele factoren op het plegen van strafbare feiten, zoals de afwezigheid van een positief rolmodel, een gebrek aan steun uit het sociale netwerk en het vóórkomen van criminaliteit in eerdere generaties. Ook ging het over de invloed van de opvoedstijl, over neurobiologische factoren en de relatie tussen beide. Daarnaast stond de groep stil bij de factor ‘cognitief vermogen’, die vaker niet dan wel te beïnvloeden is, en de samenhang met psychische problemen, schulden, verslaving en een verstandelijke beperking. Verder werd het effect van het zelfbeeld ingebracht: hoe kijkt de maatschappij naar mij als ex-delinquent en hoe zie ik mezelf in de toekomst? Ook kwam aan de orde dat de manier waarop een begeleider/behandelaar de werkrelatie met de (ex)gedetineerde invult van grotere betekenis kan zijn dan de inhoud van de interventie.

Het doel van de expertmeetings is uit te komen op een schematische weergave van de belangrijkste variabelen die recidive beïnvloeden, zo veel mogelijk onderbouwd met kennis uit wetenschappelijk onderzoek. Vervolgens wordt een tool ontwikkeld waarmee het model gemakkelijk te gebruiken is bij het ontwikkelen van beleid en werkbare interventies. Naar verwachting is dit medio 2020 het geval.