Een plan voor Mustapha

Wat moet je allemaal regelen als je uit de gevangenis komt? En wie is waarvoor verantwoordelijk? Dat dit voor veel mensen onduidelijk is zal Mustapha meteen beamen. Hoe is hij daarmee omgegaan?

“Dit is een succesverhaal.” Ronald grijnst naar Mustapha. “Anders had je met veel meer mensen te maken gehad. En had het veel langer geduurd om je weer op de rit te krijgen na detentie, toch?” Mustapha lacht voorzichtig terug. “Ja, volgens mij is het wel goed gegaan, inderdaad.”

Binnen een uur met Mustapha kom je er al achter dat zijn schijnbare twijfel vaak geen echte twijfel is. Hij wilt zich voorzichtig uitdrukken, geen rare uitspraken doen. Mustapha praat liever niet over zichzelf, maar over het grote geheel. “Iedereen heeft een eigen verhaal” en “iedereen kan in de gevangenis komen door financiële problemen” herhaalt hij een aantal keer.

Verschillende instanties
Dat laatste is ook wat Mustapha gebeurd is. Hij zat in de problemen – financieel en anderszins – en raakte een aantal keer in en uit de gevangenis. In maart dit jaar kwam hij vrij, na vijf weken in de PI. “Mustapha kwam eerder vrij dan gepland”, zegt Ronald Heusschen – werkzaam als coach bij ’t Baken in Lochem – bladerend in zijn agenda, “dus we moesten nog sneller alles regelen.”

Eigenlijk zou Mustapha met minstens 6 verschillende afdelingen van de gemeente Lochem te maken hebben toen hij uit de gevangenis kwam. En daarnaast met instanties als de zorgverzekeraar, CBR, woningbouw, schuldeisers en ambulante begeleiding. Ronald: “Er was niets geregeld voor je. Je had geen identiteitsbewijs, verblijfplek, uitkering, verzekering. Maar toen stelde Irma je aan me voor.” Irma Kamphuis heeft als projectleider van het Koers en Kansen-project ‘Niemand de deur uit zonder plan’ als doel kortgestraften zoals Mustapha zonder ‘reclasseringsbemoeienis’ met een plan te laten uitstromen naar Zutphen of Lochem.

Ronald besloot dat de re-integratie van Mustapha sneller en makkelijker kon dan voorheen. “Ik heb mijn collega’s verteld dat zij een soort achterwacht konden zijn. Maar ik zou alles regelen. Vanaf het begin heb ik tegen Mustapha gezegd: jij bent de belangrijkste man en die moet zo snel mogelijk geholpen worden.” Ook werd Mustapha gekoppeld aan een ambulant begeleider.

Het web van regels
Zodra iemand uit de gevangenis komt is het de taak van de casemanager om zich over iemand te ontfermen. Maar als iemand aangeeft niets te willen, dan kan het zijn dat er niets gebeurt. Irma Kamphuis: “Wij werken vanuit ons project daarom niet vraag-gestuurd, maar zorg-gestuurd. Zo willen we met de cliënt stap voor stap onderzoeken wat er moet gebeuren om problemen aan te pakken.” Zeker omdat veel ex-gedetineerden de boot afhouden, uit schaamte of beleefdheid.

Ook Mustapha deed dit. “Daarmee lukt het hem de hulpverlening buiten de deur te houden”, zegt Irma. “Toen ben ik gaan doorvragen; weet je waar je naartoe moet voor je uitkering? En voor je verzekering? Dat kon hij mij niet uitleggen.” Uiteindelijk ging Mustapha op Irma’s voorstel in. Ze bracht hem in contact met Ronald bij de gemeente Lochem. Ronald was al bekend met Mustapha’s twee broers, via wie hij hem al eens ontmoet had.

Weet je waar je naartoe moet voor je uitkering?

Voor Mustapha speelde de schaamte wel mee in zijn keuze om op hulp in te gaan. “Iemand al kennen kan moeilijk zijn, dan kan je je schamen voor je problemen. Vooral als je zoals ik een beetje ouder bent.” Hij geeft aan dat hij ook eerder al eens met de sociaal werkster van zijn broer wilde gaan praten, maar niet durfde.

Ik ben een Lochemer
Op het moment dat iemand terugkomt uit de gevangenis en geen vaste woonplaats heeft, is in deze regio Deventer de centrumgemeente waar de ex-gedetineerde naartoe moet. Eigenlijk had Mustapha daar een dak- en thuislozenuitkering aan moeten vragen, omdat hij geen vaste verblijfplaats had. Maar in Deventer kent hij niemand. “Ik ben een Lochemer”, zegt hij.

Dus zorgde Ronald ervoor dat Mustapha bij zijn moeder ingeschreven kon worden. “Maar jouw moeder en zus dachten dat je problemen met je mee zou brengen. En dat ze gekort zouden worden in hun toeslagen als jij bij haar ging wonen. Daarom heb ik geregeld dat jij gekort wordt op je uitkering, wat naar je moeder gaat. Daardoor krijgt ze toch haar volle bedrag”, zegt Ronald. Maar dit is doorgaans totaal niet vanzelfsprekend, en valt of staat bij de inzet van een persoon als Ronald.

Werk en inkomen
Als je mensen niet snel in je leven toelaat, is de mate waarin Ronald en Mustapha nu met elkaar omgaan wel wennen. In het begin zagen ze elkaar een aantal keer per week. Zo gingen ze samen op gesprek bij het buurtonderhoudsbedrijf waar Mustapha nu een leerwerktraject volgt. Hij begon daar al na 3 weken te werken, in buitendienst voor de gemeente. Hij onderhoudt huizen voor woningbouwverenigingen, houdt openbaar groen bij, haalt vuil op, maakt speeltoestellen schoon.

Je moeder en zus dachten dat je problemen met mee zou brengen

Dit werk doet Mustapha nu vanuit de Participatiewet uitkering (vroeger de Bijstandswet), waarmee hij door werk zijn uitkering ‘terugverdient’. “Je leert een ritme te krijgen, een dagbesteding hebben, met collega’s en een baas omgaan”, zegt Ronald. “Uiteindelijk is het de bedoeling dat je hierdoor niet meer afhankelijk bent van een uitkering.”

Mustapha heeft verschillende banen gehad: productiewerk in fabrieken en hij is rijinstructeur geweest. “Dat vond ik hartstikke mooi! Ik heb nog steeds een diploma en ik hou de bijscholing nog bij. Maar ik wil het op dit moment niet weer doen.” De volgende stap voor Mustapha is vanuit zijn leerwerktraject kijken wat zijn wensberoep is, waarna hij wellicht wordt omgeschoold.

Overleven
Wat Mustapha liever anders had gezien de afgelopen maanden? “Ik had in het begin wel gewild dat het wat sneller ging. Het gaat vooral om geld in de wereld en dat had ik niet. Dan ben ik weer afhankelijk van anderen om dat te krijgen. En dat kan soms traag gaan.” Mustapha had geen identiteitskaart, waardoor hij geen bankrekening kon openen en zich niet kon inschrijven. Ronald: “Geloof me, veel sneller dan dit had het echt niet kunnen gaan. Ik heb wel gezorgd dat je vanaf het begin contant weekgeld kreeg.”

Alles dat er nu voor en met hem geregeld wordt is nieuw voor Mustapha. Hij zat in een slechte situatie voor hij in de gevangenis kwam en daar kom je zonder hulp moeilijk uit zodra je alleen weer buiten staat. Ronald: “Je was echt aan het overleven.” “Ja, ik had niets”, beaamt Mustapha. De volgende stap is dat hij op zichzelf wil wonen. “Iedereen wil toch alleen wonen, zonder spanningen, financiële problemen en ruzies?”